Arno Schuitemaker brengt licht in de duisternis

Het is donker en ook weer niet. In 30 appearances of darkness van de choreograaf Arno Schuitemaker toont de duisternis haar gezicht. De dansers bewegen, vaak afzonderlijk, soms met tweeën, uiteindelijk als een ensemble. De toeschouwer vangt daar amper een glimp van op en tast in het duister. Frustrerend, dansen in het donker? Het is vooral fascinerend. De donkerte van Schuitemaker biedt namelijk lichtheid. Dat is spannend en gelukzalig.

Dansen in het donker, Ann Van den Broek deed het al eens in The Black Piece, maar de stukken zijn niet met elkaar te vergelijken. 30 Appereances of darkness toont in alles de hand van Arno Schuitemaker: zijn manier  van bewegen, zijn manier van opbouw en zijn keuze voor  trance en herhaling die in zijn voorstellingen steeds vaker terugkeren.

Felle spots

Het stuk begin met licht, veel licht. Achterop het toneel staan felle spots die de zaal in schijnen. Dat werkt verblindend. Als ze doven is het donker zo mogelijk nog donkerder. De bühne is pikzwart.

Door goed te kijken, te turen,  zijn schimmen op het toneel te ontwaren. Ze bewegen ritmisch en krachtig. Hoeveel dansers? Vier, vijf, het blijken er acht te zijn, maar het duurt even voordat dat zichtbaar is.

Veel van wat op de vloer gebeurt is onduidelijk. Dragen de dansers kleren? Hangt daar een gordijn op het podium, een doek dat de ruimte verdeelt?  

Glimmende schimmen

Langzaam komt er iets meer licht, een spot schijnt op een danser, zodat af en toe lichaamsdelen worden belicht. Maar als een andere performer voor de lamp schuift, is het beeld onmiddellijk weer weg. De ogen wennen aan de duisternis, maar nog steeds zijn uitsluitend silhouetten en glimmende, zwetende lichaamsdelen te zien: een arm, een been, een borst.

Bezwerend, dominant

De muziek die componist en gitarist Aart Strootman maakte voor het stuk is dominant en dwingend. Alsof een dikke muur aan geluid de ruimte in schuift, alsof een zwaar voertuig langzaam naar je toe rolt.

30 appearances of darkness
Gezien: Schouwburg Tilburg
Foto: Bart Grieten

TL-buizen

Er komt iets meer licht. Achter op het toneel is een TL-buis en er blijken meer van die lampen boven de speelvloer te hangen. Ze springen aan, ze springen uit, maar veel duidelijker wordt het niet. As de laatste TL-lamp uitgaat en het lijkt alsof de voorstelling is afgelopen (het zou een teleurstellend slot zijn geweest), verandert de sfeer drastisch.

Er is meerstemmig gezang te horen, de dansers worden iets zichtbaarder en hun schaduwen bewegen op de wanden van het theater. Er is zelfs kleur, een enkele rode broek. De performers laten zich steeds meer zien en hun bewegingen worden uitbundiger, het eindigt zelfs in euforie. Met extatische beweging, met opzwepende muziek.

Zoeken en dolen

Symbolischer kun je het niet hebben. In het donker ben je het zicht op de werkelijkheid, op het geheel ,volledig kwijt. Het is zoeken, dolen zonder houvast. In dit geval ook voor de toeschouwer. Maar aan het einde van de tunnel, van de zwarte periode, is licht en gloort iets moois. 

Niet gemakkelijk

Dit is geen voorstelling om relaxt onderuitgezakt te bekijken. Arno Schuitemaker wil een beleving creëeren. maar volledige overgave is lastig in het begin. Turen in het zwart, dat is ongemakkelijk.  Maar na een tijdje dringt het besef door: dit is een topervaring. Het concept is sterk en helder en de acht dansers  zetten een krachtige performance neer.

Neus bovenop

Wel is het jammer dat het stuk op een hoog toneel wordt gespeeld, zoals deze keer in de grote zaal van de Schouwburg in Tilburg. Je zou met je neus bovenop de dansers willen zitten ,zoals in een vlakkevloertheater.

Arno Schuitemaker, in Tilburg opgeleid als choreograaf, blijft stappen zetten. Dat zijn stukken de wereld over reizen is logisch. Gelukkig keert hij af en toe terug naar Tilburg.

 

Arno Schuitemaker is opgenomen in het boek Dwarse Dansers dat ik aan het schrijven ben. Net als andere choreografen die zijn opgeleid in Tilburg en internationaal succes boeken, zoals Jan Martens.

 

 

 

 

30 appearances of darkness
Foto: Bart Grietens