Literatuur en dans lijken weinig gemeen te hebben en dansvoorstellingen bevatten weinig woorden. Maar gedachten, beschouwingen en beschrijvingen in boeken leiden wel tot mooie bewegingen. In zijn boek ‘Dwarse dansers’ laat Joost Goutziers zien dat literatuur en dans wel degelijk samengaan. Choreografen blijken fanatieke lezers. Het boek beschrijft de geschiedenis van de moderne dans in het zuiden van Nederland.
Wat hebben schrijvers als Louis Paul Boon, Alberto Moravia, Louis-Ferdinand Céline en Martinus Nijhoff te maken met hedendaagse dans in Noord-Brabant? Moeilijke vraag, makkelijk antwoord: hun veel gelezen romans, novelles en gedichten zijn inspiratiebronnen voor legendarische dansvoorstellingen. Choreografen zijn fanatieke lezers. De vele, mooie voorstellingen die (licht) zijn gebaseerd op boeken leiden nu tot een boek. De cirkel lijkt rond.
In Dwarse dansers, het boek dat de geschiedenis van de moderne dans in Brabant tussen 1980 en 2025 uitvoerig beschrijft, worden tal van voorstellingen belicht die zijn gemaakt door choreografen en dansgezelschappen uit het zuiden van het land. Daaruit blijkt dat dansers vaak met hun neus in de boeken zitten. Zij laten zich inspireren door van alles: het dagelijks leven op straat, films, cartoons, hun persoonlijke thema’s, maar opvallend vaak ook door een boek. Dat kan een roman zijn, ook een wetenschappelijk boek.
Anders dan in de rest van het land
In meer dan twintig hoofdstukken, een kleine vierhonderd pagina’s, wordt in Dwarse dansers de geschiedenis van de hedendaagse dans in Brabant uiteengezet. Is moderne dans in Brabant dan zo anders dan in de rest van het land? In de beginjaren, de tijd van de pioniers van het Dansers Collectief (1980-1990) was dat absoluut het geval. Deze dansers, ook hun tijdgenoten, keken naar de ontwikkeling van de moderne dans in Duitsland met het expressionisme van Pina Bausch en naar wat in Vlaanderen aan het gebeuren was, de Vlaamse Golf. Dat inspireerde hen.
Dansers in de rest van het land volgden meer de ontwikkelingen in de Verenigde Staten met choreografen als Martha Graham en Merce Cunningham en dat leidde tot een meer formele dans. Kort door de bocht: boven de rivieren ging het om de mooie pasjes. In het zuiden, vooral in Brabant, was hedendaagse dans een expressie van emoties, soms van de diepste emoties. Of vrij naar een citaat van choreograaf Jan Martens: ‘In Brabant zag ik echte mensen op het podium, in andere delen van Nederland robots.’
Niets is zwart-wit. Het ligt iets genuanceerder, maar het verschil in stijl en aanpak was duidelijk zichtbaar op de podia. Dit zeiden de performers van het Dansers Collectief er destijds zelf over: “Niet de beweging van een spier, maar een intentie of een emotie is onze drijfveer.”
Gezelschappen belicht die ertoe doen
Het Dansers Collectief was rebels. Dat dwarse en tegendraadse kenmerkt meerdere gezelschappen in Brabant, nu nog steeds. Dwarse dansers is niet voor niets gekozen als titel voor het boek dat alle gezelschappen belicht die ertoe deden en er nog steeds toe doen. Denk aan verdwenen gezelschappen als het Dansers Collectief uit Tilburg, Villa Danthe uit Den Bosch, Zuil van Volta uit Breda, Raz, T.r.a.s.h. en Danshuis Station Zuid uit Tilburg. Ook over LaMelis (Tilburg / Den Bosch) is er een hoofdstuk. Op bijna elke pagina staan scènefoto’s van voorstellingen.
Ook gezelschappen die nog steeds aan de weg timmeren, worden beschreven in Dwarse dansers. De lezer krijgt informatie over de achtergronden van de choreografen en dansers, over hun inspiratiebronnen, hun levensvragen en uiteraard over de stukken die in vele jaren zijn opgevoerd en hoe die zijn ontvangen. Enkele namen: United Cowboys (Eindhoven), Panama Pictures (Den Bosch), de Stilte (Breda), Katja Heitmann (Tilburg), Jelena Kostić (Tilburg) en Corpo Máquina Society (Tilburg / Breda). Het boek bevat ook hoofdstukken over urban dance (denk aan The Ruggeds) en dans en inclusie (Tiuri).
Talenten worden beschreven in de hoofdstukken over Productiehuis Brabant en DansBrabant. Nieuwkomers als WArd/waRD (in 2024 neergestreken in Tilburg) en Body of Art (Tilburg) komen aan bod. Voor veel dansers begon de eerste stap naar het theater bij de Dansacademie in Tilburg. De geschiedenis (vanaf 1960) van die opleiding is in Dwarse dansers uitgebreid beschreven.
Meerdere rekken in de bieb
Terug naar romans en de schrijvers daarvan. Als je alle boeken zou moeten lezen die tot dansvoorstellingen hebben geleid, dan ben je daar een tijd zoet mee. Het zouden meerdere rekken in de bieb zijn. Hier volgen enkele voorstellingen die zijn geïnspireerd door een roman. Het is een kleine greep, absoluut niet volledig.
Laten we met Martinus Nijhoff (1894-1953) beginnen. Zijn gedicht ‘Awater’ over stadse benauwenis en een verlangen naar verre oorden bevat de versregel: ‘puinhopen zien en zingen van mooi weer’. Het Dansers Collectief leende deze regel en gebruikte die als titel van zijn tweede voorstelling in 1982. De allereerste in 1980 was ‘Binnenstebuiten’. Wat het publiek op het podium zag was ook een interpretatie van de tekst ‘De Bouwers van het Rijk’ van de Franse schrijver en jazztrompettist Boris Vian (Les Bâtisseurs d’empire ou le Schmürz, 1959). Dat verhaal beschrijft een familie die op de vlucht slaat voor een zenuwslopend geluid. Het dansstuk van het Dansers Collectief ging over een stukgelopen relatie tussen een kleurloze man en een afhankelijke vrouw met onvervulde verlangens, samen met hun zoon opgesloten in een onbestemde ruimte. Een vierde personage mocht vrij in- en uitlopen.
Collectief werd steeds kleiner
De naam zegt het al, het dansgezelschap was een collectief. Dat betekende dat iedereen evenveel inbreng had. Dat ging de eerste jaren redelijk, maar bij de vierde voorstelling namen de spanningen toe. Uiteindelijk werd het collectief dat uit vier mensen bestond steeds kleiner. Die onderlinge strijd wordt beschreven in Dwarse Dansers. Aan het eind bleef alleen Lilian Bruinsma over. Zij maakte in 1989 de voorstelling ‘Zijde’, gebaseerd op de roman La condition des soies (1982) van de Franse auteur Annie Zadek. “Tekst werd voor mij in voorstellingen belangrijk en de voorstellingen waren meer verstild”, aldus Lilian Bruinsma. “De beweging was traag, maar nog steeds extreem.”
De laatste voorstelling van het Dansers Collectief was niet gebaseerd op een roman, maar op de schilderijen van de Duitse kunstenaar Lucas Cranach de Oude. Het stuk droeg de titel: ‘De ultieme gevoelens van Lucas Cranach de Oude’. Het was een soort bewegend schilderij, een tableau vivant, dat in 1990 in première ging in De Synagoge in Tilburg die in die tijd als theater werd gebruikt. Het stuk is nu, 2026, nog steeds in de theaters te zien en wordt gespeeld door het Brussels dansgezelschap Compagnie Moussoux-Bonté.
Het Dansers Collectief was belangrijk voor de ontwikkeling van de hedendaagse dans in het zuiden. Dat was Raz van choreograaf Hans Tuerlings ook. Het gezelschap uit Tilburg bestond van 1990 tot en met 2005 en maakte nationaal en internationaal indruk. Nog steeds betreuren sommige dansliefhebbers dat Raz en Hans Tuerlings geen grote rol meer spelen in de danswereld.
Reis naar het einde van de nacht
Terug naar de roman. Wat heeft dat met Hans Tuerlings te maken? De choreograaf is een gretig lezer, in die tijd vooral van Reve, Komrij en Hermans, en hij omarmde Reis naar het einde van de nacht, de debuutroman van de Franse schrijver Louis Ferdinand Céline (1894-1961). Het boek uit 1932 beschrijft de belevenissen van hoofdpersoon Ferdinand Bardamu aan het Vlaamse front in de Eerste Wereldoorlog, diens koloniale carrière in Afrika, een zoektocht naar een geliefde in de Verenigde Staten en zijn terugkeer naar Frankrijk. De roman gaat over uitzichtloosheid, zinloosheid en egoïsme.
Hans Tuerlings maakte maar liefst vier voorstellingen die zijn gebaseerd op het boek: ‘De Reis’, ‘De Reis 3’, ‘De Reis 2’ en ‘De Reis 4’, in die volgorde. Tuerlings: “Ik heb dat boek vaak gelezen en het is mooi in vier hoofdstukken verdeeld. Ik was geraakt door de manier van schrijven van Céline. Het is spreektaal, direct en eigen. Mijn dans mag evenmin dans zijn, maar spreekdans, zo natuurlijk mogelijk.”
Criticus Luuk Utrechts van de Volkskrant was aanwezig bij de première van ‘De Reis’ (1) en zag op het podium geüniformeerde mannen in de Eerste Wereldoorlog. Dit schreef hij destijds: ‘De dood lijkt rond te waren in deze voorstelling. Dat is onder meer te zien in het fragment waar mannen in witte gewaden als doodskleden het toneel beheersen. En er is een prachtig, emotioneel gloedvol duet vol kameraadschap: twee schimmen zijn in de dood voorgoed samen. Maar het is niet allemaal treurnis. Tuerlings neigt naar humor, naar slapstick.’
Over een driehoeksverhouding
United Cowboys uit Eindhoven is het langst bestaande dansgezelschap in Brabant, al bestaat de Stilte (jeugddans) ook al vele jaren. In 1991 maakt het gezelschap van Pauline Roelants en Maarten van der Put de voorstelling ‘Contempo’. Het stuk combineert dans met aansprekende teksten uit de roman Menuet van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon. In dat boek uit 1955 – het gaat over een driehoeksverhouding – staan op de bovenste helft van de pagina’s krantenberichten over ellendige gebeurtenissen als moord en verkrachting. Onder die nare berichten is het doorlopende verhaal te lezen van een arbeider, zijn vrouw en hun jonge hulpje in huis.
Het publiek dat de voorstelling bijwoont, ziet drie personages: een man, een filosofisch meisje dat hem obsedeert en de nuchtere echtgenote. De kerel zit in een zwarte broek en met ontbloot bovenlijf achter een tafel en leest berichten voor. De danseressen tonen in een synchrone beweging hun vrouwelijke kwaliteiten.
In 1992 maakte het gezelschap ‘Untitled (Cowboys)’ over miscommunicatie tussen mensen. Het stuk is gebaseerd op de roman De Onverschilligen van de Italiaanse schrijver Alberto Moravia. Dat verhaal uit 1929 gaat over de gegoede burgerij in fascistisch Rome in het tweede deel van de jaren twintig. De beschrijving van corruptie en zedeloosheid in het boek is een felle aanklacht tegen het fascistisch regime van toenmalig dictator Benito Mussolini.
Allerlaatste nacht samen
Pia Meuthen van Panama Pictures uit Den Bosch staat bekend als een fanatieke lezer. Vandaag de dag maakt zij voorstellingen op het raakvlak van dans en hedendaags circus. Eerder maakte ze meerdere voorstellingen waarbij ze zich liet leiden door boeken en schrijvers. Het stuk ‘Unmade Beds’ is bijvoorbeeld herleidbaar naar de roman Intimacy (1998) van de Brits-Pakistaanse schrijver Hanif Kureishi. Het boek en de voorstelling gaan over een man en een vrouw die uit elkaar gaan, over hun allerlaatste nacht samen. Ook auteurs als Maartje Wortel en Karl Ove Knausgård staan op de leeslijst van Pia Meuthen en hebben invloed op haar voorstellingen.
In de bibliotheek met boeken die dansers inspireert, maken we nu de overstap van de romans naar de boeken over techniek en lijvige werken over menswetenschappen. In deze afdeling zou je Arno Schuitemaker kunnen aantreffen. Zijn dansgezelschap is ondertussen gevestigd in Amsterdam, maar hij is opgeleid op de Dansacademie in Tilburg. Hij is nog vaak in Brabant te vinden en toont zijn voorstellingen in Brabantse theaters.
Naar het menselijk lichaam kijken
Schuitemaker heeft zich voor veel van zijn voorstellingen laten inspireren door wetenschappelijke boeken. Dat is niet vreemd. Voordat hij zijn hart ging volgen en besloot danser te worden, volgde hij een studie Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Wetenschap, denk ook aan neurowetenschappen, inspireert zijn voorstellingen, zeker in het begin. Bij het maken van de voorstelling ‘After After’ (2024) was hij geboeid geraakt door het boek Prophetic Culture (2021) van de Italiaanse filosoof Frederico Campagna. Hij ontdekte het bij toeval. De choreograaf leest meteen daarna alle boeken van de Italiaanse auteur die schrijft over de teloorgang van de Westerse samenleving en zich afvraagt: ‘How can we help the creation of new worlds out of the ruins of our own?’ Die vraag zet Arno Schuitemaker om in een dansvoorstelling, zonder meteen antwoord te kunnen geven op die toch wel zeer complexe vraag.
Lezen is niet aan generaties verbonden. Choreograaf Annemijn Rijn is een betrekkelijke nieuwkomer in de danswereld. Zij werkt aan een lange reeks voorstellingen die allemaal zijn gebaseerd op één boek: Body of Art uit 2015. Zelfs de naam van haar gezelschap is ernaar vernoemd. In het boek is beschreven hoe kunstenaars in de loop der eeuwen naar het menselijk lichaam kijken en hoe zij dat tot uiting brengen. Het boek heeft tien thema’s als schoonheid, identiteit, kracht, religie en geloof, seksualiteit en gender, het afgewezen lichaam en het afwezige lichaam. Aan de hand daarvan worden vierhonderd kunstenaars en kunstwerken besproken. Annemijn Rijn vertaalt die hoofdstukken naar voorstellingen, installaties en dansfilms. Zo maakte ze de dansfilminstallatie ‘Woman’s Work’ over schoonheid, het beeld van de vrouw, bepaald door mannen.
Deze voorpublicatie (eerder verschenen op Brabant Cultureel )is geschreven door de auteur van het boek ‘Dwarse dansers’. Het onderzoek voor dit boek kwam mede tot stand dankzij een bijdrage van het Tilburgs Mediafonds.
Hedendaagse dans in Brabant (1980-2025). Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact / Woudrichem: Pictures Publishers 2026, 385 pp., ISBN: 978-90-836583-3-9, hb., € 34,95.
FOTO 1: T.r.a.s.h. > Zofía, 2009. @Marie Thérèse Kierkels
FOTO 2: Raz • De Reis (1992), @Joep Lennarts, collectie UVA, Allard Pierson
FOTO 3: Boekomslagen, @bewerking Hans Lodewijkx/Brabant Cultureel
FOTO 4: Arno Schuitemaker, After After (2024). @Peteris Viksna
FOTO 5: Body of Art, Woman’s Work (2022), @Loet Koreman