Make art not war

De Westhoek in Vlaanderen stinkt naar oorlog. Naar gekte. Nog steeds. Op elke hoek van de straat zijn herinneringen aan 14-18, aan de allesvernietigende, mensonterende Eerste Wereldoorlog. Maar er is ook bijzondere kunst, zoals op het kunstenfestival in Watou. Daar word je een stuk blijer van. Make art not war.

Watou ligt in de buurt van Ieper, de stad waar elke avond de Last Post wordt geblazen als respectvol eerbetoon aan de miljoen soldaten en burgers die in de oorlog zijn gesneuveld. Die militairen en onschuldige mannen, vrouwen en kinderen hebben daar niks meer aan, maar het trekt toch telkens honderden dagjesmensen.

Kerkhoven

Die herdenking is bij de Menenpoort in Ieper, een monument met bijna 55.000 namen van militairen die de krankzinnige strijd in de loopgraven niet hebben overleefd. De vele kerkhoven in de omgeving herinneren ook aan hun leed. 

Iets verderop in het stadshart van Ieper is het In Flanders Field Museum met een historisch overzicht van de verwoestende strijd en ook een impressie van de vele schrijnende verhalen van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Het maakt verdrietig. Wat een verwoesting, wat een dwaasheid. 

Gedicht

Museum In Flanders Field is vernoemd naar een het gelijknamige gedicht van de Canadese soldaat en dichter John McCae. Hij overleefde de oorlog niet, zijn gedicht des te meer.

Het toont dat kunstenaars ook in alle lelijkheid creatief zijn, dat ze ook op puinhopen moois blijven maken. In het museum blijkt dat ook uit andere kunstuitingen van soldaten: gedichten, foto's, Make art not war.

Op weg naar Watou passeer je oorlogskerkhoven met witte kruizen., het ene grafveld na het andere. De loopgraven zijn ook nooit ver weg, je mag er doorheen lopen, zoals door het indrukwekkende, ook gruwelijke, De Dodengang. Om stil van te worden, als je dat na een dag Ieper al niet bent.

Vergeleken met die broeierige hel van 14-18 is Watou de hemel. Elk jaar is daar een kunstenfestival, al zo'n veertig jaar, met een combinatie van beeldende kunst, installaties en poëzie. Het festival  bestaat uit een wandeling langs gebouwen in dat dorpje met kunst in de parochiezaal, de brouwerij, het festivalhuis, een fabriekshal, maar ook in de openlucht.

In het park staat een werk in de vorm van een tent. Het lijkt een schuilplaats voor een ieder die dat nodig heeft. Dit werk is van Gijs Van Vaerenbergh. Hij verwerkte de vorm van leien daken uit de omgeving van het dorp in zijn shelter.

En er is mooie poëzie op Watou. Niet van John MaCae, maar onder anderen van Marieke Lucas Rijneveld. Het ene moment bekijk je een object, schilderij of installatie, het moment daarop lees je een prachtig gedicht.

Dat is hoop laven.

Kasteel

Een topper is het kasteel De Lovie, iets verderop. Dat kasteel is prachtig, maar in een erbarmelijke staat. Een perfecte rauwe plek voor een expositie. Zo liggen op de vloer van de voormalige eetzaal  reeksen letters. Het is Armeens, een werk van Mekhitar Garabedian. Hij reflecteert op taal en ziet taal als een veilige haven, als thuiskomen.

Boven de vijver van het kasteel hangt een groot werk met blinkende schijven die spiegelen in het water. Geen enkele schijf is hetzelfde. Het is een werk van Carla Arocha en Stephane Schraenen.

De twee creëerden een plek om te mijmeren, om even te vergeten. Weg van die rotte oorlog,  tijd voor hoop.

Daar zijn ze in Watou goed in. Niet omdat alle getoonde werken zo indrukwekkend zijn, maar wel omdat het festival ruimte geeft aan verbeelding, aan de kracht van kunst.

Daar kan een bezoeker van die Vlaamse velden wel een dosis van gebruiken. 

 

 


«   »